
Door Hans van der Linden
Thieu, voor mij ome Thieu, – hij is de broer van mijn vader - werd op 21 april 1932 in Nuenen geboren op het Eeneind. Als vierde kind in het gezin van acht kinderen van Hannes en Truus van der Linden – Verheijden. Zijn ouders, mijn opa en oma, hadden op het Eeneind een boerderij.
Het was een warm gezin. Hannes, voormalig soldaat te paard in het leger, was paardenman in hart en nieren. Truus had de teugels stevig in handen. Het Eeneind was een buurtschap en bestond uit een gemeenschap van “ons kent ons” en elkaar helpen wanneer dat nodig was.
Truus was een pronte vrouw met een voor die tijd zeer zelfstandige geest. Wanneer er een varken geslacht werd, ging het beste stuk vlees niet naar de pastoor maar naar mensen die het volgens haar beter konden gebruiken.
Het gezin Van der Linden kende op het Eeneind tot aan hun verhuizing naar Nuenen dorp, meer dan 25 redelijk zorgeloze jaren. Met als donkere schaduw het overlijden in 1941 van dochtertje en zusje Nelly aan hersenvliesontsteking. Pas vijf jaar oud.
Ruim 80 jaar na haar overlijden zit zij nog steeds in de harten van onze familie. Zo gold dat zeker ook voor ome Thieu. Nelly ligt begraven op het kinderkerkhof hier achter de H. Clemenskerk en haar graf wordt nog steeds door ons onderhouden. Voor ons is zij altijd een meisje van vijf jaar gebleven.
De tijd op het Eeneind, dat was het wel voor ome Thieu. Hij kon daar prachtig over vertellen. Een aantal jaren geleden zijn ome Thieu en ik lid geworden van fietsclub Fietsmaatjes in Nuenen En zo konden we samen op een 2-zits driewieler bij goed weer een eind gaan fietsen. Op mijn vraag: Waar gaan we naartoe ome Thieu, was standaard zijn antwoord: Altijd goed Hans, maar ja, als ik het dan toch voor het zeggen heb, laten we dan maar richting Eeneind gaan.
In 1952 werd de boerderij op het Eeneind verkocht en werd er verhuisd naar het door Hannes en Truus gekochte Café met Harmoniezaal op de hoek Berg/Beekstraat. Ik citeer even voor uit een advertentie in een plaatselijk blaadje uit 1953. De tekst van de advertentie luidde: “Café Biljart met Harmoniezaal bij de grote Lindenboom (dubbele punt): eerste klas consumptie en gezellig zitje. Beleefd aanbevelend, Hannes van der Linden”.
In 1954 emigreerde ome Thieu samen met zijn broer Piet en Piet zijn verloofde Leny naar Nieuw-Zeeland. Zijn zus Miep en zwager Martien waren daar al eerder naartoe geëmigreerd. Ome Thieu heeft daar, zo zou je het geïdealiseerd kunnen noemen, als cowboy gewerkt op rundvee boerderijen. Hij had daar de tijd van zijn leven en genoot er met volle teugen van het vrije leven in wat hij ook “God’ s own country” noemde.
Hoe onverwacht was het dat hij in 1961, na zijn eerste vakantie in Nederland, niet meer terug is gegaan. Na eerst een baan als machinebankwerker bij de firma Cees de Roo in Geldrop, begint ome Thieu in 1966 een cafetaria aan het begin van de Beekstraat. Tot op de dag van vandaag is ome Thieu bij oud-Nuenenaren bekend om zijn onovertroffen friet en zijn zelfgemaakte kroketten.
In 1969 trouwt hij met Eleonora Beltz, die als wijkverpleegster in 1967 zijn vader de laatste maanden voor diens sterven, had verzorgd. Noor vond niet alleen de halve haantjes van ome Thieu lekker maar ook ome Thieu viel bij haar zeer in de smaak.
Gedurende ruim 60 jaar, waarvan meer dan 50 jaar samen met tante Noor, heeft ome Thieu in de bungalow aan de Beekstraat gewoond. Na het overlijden van tante Noor in 2021, heeft hij daar nog tot 1 juli 2025 zelfstandig gewoond. Het laatste half jaar van zijn leven bewoonde hij een appartement in de Van Lenthof, waar hij liefdevol is ontvangen en goede zorg heeft gekregen.
Ome Thieu verveelde zich nooit. Hij had veel hobbies waarvan ik er twee zal uitlichten.
Allereerst het vissen. Ome Thieu heeft overal en heel zijn leven gevist. In Nieuw-Zeeland, in het Eindhovens kanaal, op de Maas, op de Dommel, op zee; waar eigenlijk niet?
Velen hebben van hem de kneepjes van het vak geleerd. Als jonge mannekes mochten ook mijn broers en ik met hem mee naar zijn bootje op de Maas. Een bootje, met zelfs een oliekacheltje aan boord voor koude tijden. Prachtige herinneringen om nooit meer te vergeten.
Toen tante Noor vanaf 2016 steeds meer zorg nodig had en het vissen er steeds minder van kwam, zijn ome Thieu en ik lid geworden van vis-club ’t Sluisje in Lieshout en zo hebben we de afgelopen negen jaar bij goed weer elke woensdag aan de vijver gezeten. Hoewel het zicht van ome Thieu steeds verder achteruitging, bleef hij zeer bedreven in het vissen. En beet de vis niet, dan genoot hij van de prachtige natuur, de vogelgeluiden en de rust van het water. In de schoolvakanties zaten wij er vaak, samen met mijn kleinzonen Daan, Sven en Lars die net zoals ik, maar dan 60 jaar later, van ome Thieu het vissen hebben geleerd.
Een andere grote hobby van ome Thieu was het sport kijken op tv; vooral wielrennen, snookeren en darten. Hij kon erg genieten van de drie grote wielerrondes: de Ronde van Italië, de Tour de France en de Ronde van Spanje. Naar de kleuren van de leiderstrui in deze drie grote rondes, kleurde elk wielerseizoen de schouw in zijn huis rose voor de Ronde van Italië, geel voor de Tour de France en rood voor de Ronde van Spanje en werd de muur telkens weer vol gehangen met posters uit heroïsche tijden en routeschema’s.
Ome Thieu kende nog alle grote renners van vroeger en hun verhalen. Zo ook de val van Wim van Est in de Tour de France van 1951 bij de afdaling van de Col d’Aubisque. Van Est klauterde warempel zelf naar boven uit de 70 meter diepe ravijn en zijn horloge deed het nog.
Zijn grote idool onder de renners van tegenwoordig, was met stip de alleswinnaar Tadei Pogacar, die hij steevast Gorbatsjov noemde. Ook de naam van een vroegere president van de Sovjet-Unie. Voor de historici onder ons, de man van glasnost en perestrojka.
Ome Thieu was een gelovige man. Tegen mensen die over het leven na de dood zeiden: er is niks, zei hij “dan kijk maar eens in de spiegel”! Ome Thieu had een groot ontzag voor zijn Schepper en de schepping. De laatste tijd dacht hij veel na over zijn sterven en het leven daarna. Hij sprak steeds vaker zijn grote verlangen uit om zijn overleden geliefden en vrienden weer te ontmoeten. Over hoe de reis naar het hiernamaals zou verlopen, huldigde hij de door hem zelf ontwikkelde theorie van de spiegel. Volgens ome Thieu is het overlijden als een spiegel die zich omdraait. Je bent meteen in de hemel wanneer je overigens direct wordt toegelaten. Ome Thieu in ieder geval wel. Dat weet ik zeker.
Vanaf het moment, ruim 10 jaar geleden, dat het allemaal minder ging met de gezondheid van tante Noor zijn mijn zus Ine en ik mantelzorgers geworden. Samen met mijn vrouw Gofie en Ine’s man Peter. Het was voor ons een voorrecht om dit te hebben mogen doen. “Het is goed zo Hans” waren de laatste, aan mij gerichte woorden door ome Thieu. Zo zorgde ook hij tot op het allerlaatst voor mij.
Ome Thieu is weer thuis, nu op de plek waar hij zo naar uitzag.
Lieve ome Thieu, bedankt voor alles. Voor uw liefde, vriendschap en het vele dat u voor ons allemaal hebt betekend. U hebt de wereld voor ons een stuk mooier gemaakt.