OORLOG, blad 1 "DE BEVRIJDING (WAT VOORAF GING)" *1 voor voetnoten zie * blz. 9 Door J.P van Eerd
Tot aan de invasie op 6 juni 1944 (D-day) waarbij de Geallieerden grootscheepse landingen uitvoerden in Normandië, was er op veel dagen niet veel te merken van oorlogshandeling; of waren we er onwillekeurig toch min of meer aan gewend geraakt? 's Nachts vlogen dikwijls vliegtuigen van de R.A.F. (Royal Air Force) over op weg naar Duitsland voor hun bombardementsvluchten. De bemanning van die vliegtuigen gooiden dan strookjes zilverpapier uit om de Duitse peilingsinstrumenten in de war te brengen.De R.A.F. vloog meestal met "Lancaster" in "Halifax", wat viermotorige bommenwerpers waren die 'n apart brommend geluid maakten en hierdoor goed te onderscheiden waren van de Duitse nachtjagers. Rond Eindhoven stond veel Duits afweergeschut opgesteld (bij het vliegveld "Welschap", op de Philipsfabrieken en bij de “IJzeren Man", thans het huidige T.U. terrein).In de late avond vlogen ze over naar Duitsland, om uren later weer terug te keren. Op de heen- en terugweg werden ze dan door het Duitse luchtafweergeschut en door Duitse nachtjagers onder vuur genomen, waardoor er wel 'ns in de omgeving één of meer Engelse bommenwerpers werden neergeschoten.*2 We hebben daardoor vele nachten weinig geslapen, deels door het lawaai van het afweergeschut, maar ook wel uit nieuwsgierigheid of angst voor neerstortende vliegtuigen. Tenzij 'n vliegtuig vlak in de buurt neerkwam of bij bekenden schade had veroorzaakt, gingen we kijken, anders niet omdat we hieraan gewend waren geraakt. Overdag vloog de Amerikaanse Luchtmacht veelal vergezeld van jagers, zoals "Mustangs“ en "Lightnings" (dubbele staarten). De Amerikanen vlogen hoog met hun "Vliegende forten" (Viermotorige bommenwerpers B 17) en lieten in de koude lucht witte condens strepen na en waren hierdoor bij helder weer goed te volgen. Een machtig gezicht gaf dit schouwspel. Ook de R.A.F. liet zich overdag wel 'ns zien, wat o.a. het geval was op 6 december 1942 toen de Philipsfabrieken het doelwit waren en er onder de burgers 130 doden vielen.*3 Op 30 maart 1943 nogmaals 'n bombardement op 'n ander deel van de Philipsfabrieken. *4 Ook zijn er verschillende dagen bombardementen op het vliegveld "Welschap" geweest. *5 Na de invasie werden de luchtaanvallen in kleiner verband meer uitgebreid, vooral op treinen, spoor- en verbindingswegen, waarbij het ook dikwijls beschietingen waren. We luisterden steeds meer naar de door de Duitsers verboden Engelse radiozender B.B.C., die ook in het Nederlands nieuwsberichten uitzond en ook naar Radio Oranje, die behalve nieuws ook amusement bracht in de vorm van Nederlandse liedjes, waarin meestal de draak gestoken werd met de Duitsers en de N.S.B. ers. Begin september 1944 was door Radio Oranje het nieuws verspreid dat Breda was bevrijd. Dit had tot gevolg dat vele Duitsers in paniek en met allerlei voertuigen, zoals paardenwagens, boerenkarren, fietsen tot zelfs kinderwagens toe, op de vlucht sloegen; sommige voertuigen hiervan volgepakt met gestolen goederen uit Frankrijk en België. In hun kielzog gingen ook N.S.B.‘ers en andere foute Nederlanders mee, richting Duitsland. Hier leek 'n verslagen Duits leger op de vlucht te zijn en zou onze bevrijding niet lang meer op zich laten wachten. Dit bleek later voor vele Nederlanders, vooral boven de grote rivieren, een misvatting te zijn!! We hebben er nadien versteld van gestaan dat deze bange, chaotisch terugtrekkende Duitsers later nog 'n geduchte tegenstander zou worden.
In maart 1944 was ik gaan werken bij ome Bernard de Brouwer, getrouwd met tante Beth, 'n zuster van mijn vader. Ze woonden rechts van de weg (Broekdijk) als je van Nederwetten naar Nuenen ging, net voor het “Raessens Bos" nu "Nuenens broek" geheten. Thans staat er daar 'n andere boerderij met als adres Broekdijk 13 en er naast Broekdijk 15,'n boerderij die er in 1944 wel was en waar nu 'n zoon van ome Bernard' s broer Karel woont. Een van de redenen dat ik daar ging werken was dat ik 18 jaar was en jongens van die leeftijd waren 'n gewilde "prooi" voor de Duitsers om opgeroepen te worden, maar soms gewoon opgehaald om mee verdedigingswerken te maken, b.v. aan de kusten in Zeeland. Op mijn persoonsbewijs, 'n verplicht identiteitsbewijs met foto dat je altijd moest kunnen tonen, stond als adres Oude Bosschebaan 3 Eindhoven, terwijl ik in Nederwetten woonde. Zo werden we begin september 1944 in Nederwetten door 'n politieagent uit Nuenen gewaarschuwd dat de Duitsers 's nachts op jacht zouden gaan naar mannen en jongens om verdedigingswerken te maken; in het gunstigste geval betekende dit in de omgeving langs de wegen "eenmansgaten" of schuttersputjes graven, welke 1 tot 1,20 m diep waren en bovenaan 'n doorsnede hadden van 75 cm; deze gaten of putjes waren volgens de Duitsers ter bescherming van de burgers die in geval van een luchtaanval, hierin bescherming konden vinden, doch meer bedoeld waren voor hun eigen veiligheid.
OORLOG, blad 2
De boodschap van de politieagent werd serieus genomen, waardoor we toen enkele nachten geslapen hebben in 'n stenen schuurtje (Ca.5x10 m) dat in "Raessens" bos, nu "Nuenens Broek" stond; was vanaf de weg door de bomen en het struikgewas niet te zien. Met 'n vijftal leeftijdgenoten (Theo 5chuts,Gijs Kramer, Piet Mennen,? en ik ) hebben we 's avonds wat stro naar de schuur gebracht en daarop geslapen. De familie De Brouwer had ook 'n boerderij van ca.20-25 ha, in St. Oedenrode in de Schijndelse heide, links en kortbij van de weg St. Oedenrode-Schijndel, even voorbij de Damianenstichting, nu centrum "Roderheide"; de plaats van deze boerderij is thans Schijndelse heide 69, van de toenmalige huurder van deze boerderij, Willem de Laat, was het pachtcontract voorbij en ome Bernard ging nu zijn boerderij in eigen beheer nemen. In het voorjaar van 1944 werd met het bewerken van ruim 4 ha. hieraan alvast begonnen. Als er daar door mij gewerkt moest worden dan ging ik er met paard en wagen en verder landbouwgereedschap heen en bleef er soms dagen of weken. Ik was dan in de "kost" bij de Driek en Antje Hellings die daar kort in de buurt hun boerderij hadden (adres thans Schijndelse heide 4,en daar woonden met hun groot gezin, waarvan er al enkelen getrouwd waren; Harry en Tiny waren van mijn leeftijd en dan de wat ouderen Wim, Bertus en Piet. We sliepen dan gezamenlijk met z'n zessen op 'n grote open zolder. In 'n oude schaapskooi bij hun boerderij werd het paard en de wagen gestald en het verdere gereedschap. Het was daar in ieder geval voor mij ’n veilig "onderduikadres" achter in de "Schijndelse Heide". Als er veel “paardenwerk" was, kwam Piet Mennen, die knecht was bij Karel de Brouwer in Nederwetten, mij helpen. In de week van 5 tot 10 september 1944 zijn Piet Mennen en ik het baard van ome Karel de Brouwer in St. Oedenrode gaan halen, omdat de Duitsers soms gewoon paarden uit de wei meenamen op hun terugtocht. We zijn toen hiermee en met 2 fietsen, binnendoor naar Eerde gegaan en moesten hierbij in het buurtschap “Coevering" de weg Rooi-Veghel oversteken, die vol zat met colonnes terugtrekkende Duitsers. We hadden toen het paard verstopt bij 'n boer en gewacht bij 'n boerderij vlak bij de weg (familie Vermeltsvoort?), waar op de stal enkele meest oudere Duitse "wehrmacht" soldaten even pauze hielden. Ze kwamen uit Frankrijk en België en zagen er vermoeid en afgetobd uit en waren vooral bang voor "der Tommy" zoals ze de Engelse en Amerikaanse jachtvliegtuigen noemden en die af en toe de terugtrekkende Duitsers aanvielen. Ik had wel leedvermaak om die “Moffen“ nu zo te zien We hadden ze ruim 4 jaar meegemaakt als 'n stel arrogante onderdrukkers. Toen er 'n flink "gat" in de colonne kwam, zijn we snel met het paard en de 2 fietsen, de weg overgestoken en binnendoor richting Mariahout, Lieshout gegaan. Bij het buurtschap "Achterbosch" zijn we verder over de brug van het Wilhelminakanaal naar de "Stad van Gerwen" en vervolgens binnendoor naar Nederwetten gegaan. Op tijd, want op 13 september werden veel bruggen over het Wilhelminakanaal door de Duitsers opgeblazen. Omdat ome Bernard het ook veiliger vond, hebben we toen zijn paard in de Schijndelse Heide achtergelaten, waar het verder door de jongens van Hellings zou worden verzorgd. In de week voor de bevrijding lag ome Bernard met 'n ontstoken hand in het Binnen ziekenhuis aan de Vestdijk in Eindhoven en het heeft vele weken geduurd alvorens deze ontsteking wilde genezen. Toen ik zondag 10 september met tante Beth samen, bij ome Bernard op ziekenbezoek was geweest, kregen we op de terugweg luchtalarm en dan moest je onmiddellijk van de straat 'n schuilkelder in of bij mensen thuis schuilen. We hebben toen naar ik meen ergens in Woensel bij mensen in de kelder gezeten. Het vliegveld "Welschap" werd toen zwaar gebombardeerd en stond het huis waarin we waren, hiervan flink te schudden. Af en toe vielen hierdoor stukjes kalk van de kelderzoldering af en ik vond het maar angstig om in die kelder opgesloten te zijn en niet weten wat er buiten aan de hand was. De laatste dagen waren er veel Engelse en Amerikaanse vliegtuigen actief. Ze beschoten treinen, stationsemplacementen en militaire installaties. Ook de Duitsers waren actief, ook met het stelen van b.v. machines bij Philips, het opblazen van vooral munitiebunkers, waardoor in verre omgeving ruiten sneuvelden en pannen van de daken kwamen (ook op Acht). *6 Ook hoorden we vanuit België het kanonnengebulder dichterbij komen (leek enigszins op het ver onweergerommel).Onze BEVRIJDING kwam gelukkig met dit alles steeds dichterbij.
OORLOG, blad 3 "DE BEVRIJDING"
ZONDAG 17 SEPTEMBER 1944: Het was 'n zonnige zondag, waarop ome Bernard en ik in Nederwetten naar de Hoogmís gingen. In de kerk hoorden we in de richting Son bombarderen en dachten dat de Engelsen en Amerikanen wat Duitse kanonnen of verdedigingswerken ontdekt hadden en die onderhanden namen. Na de H. Mis bleek dat Ome Tinus Koks, die was getrouwd met de oudste zuster van mijn moeder, met zoon 's Martien en Harrie ook in de kerk waren geweest. Ze mochten en durfden deze morgen in Son niet naar de kerk. Men mocht trouwens van de Duitsers niet over de de brug.9aar kwam nog bij dat jongens en mannen door Duitsers gedwongen werden te werken aan hun verdedigingswerken ,zoals het graven van eenmansgaten. De familie koks woonde op Bokt (tegenover het nu enkele jaren geleden gerestaureerde bakhuisje) en het was voor hun niet zover om via het sluisbruggetje bij de Hooydonkse watermolen, naar Nederwetten te gaan. Na de H. Mis ben ik met hun naar Bokt gegaan en hoorden onderweg dat de bossen bij de "Sonse hei", nu wijk 'Gentiaan" en bij het "Oude meer" waren gebombardeerd. Ik heb bij ome Tinus en tante Miet mee gegeten en we waren hiermee nog maar net klaar, zo rond één uur, toen honderden vliegtuigen overkwamen waaruit hoven de "Sonse hei", nu Sonniuswijk, duízenden parachutisten kwamen. Sommige vliegtuigen trokken zweefvliegtuigen daartussen vlogen jachtvliegtuigen, vooral Lightnings en Mustangs, die geregeld vurend naar beneden doken om Duitse kanonnen uit te schakelen. Af en toe kwam er 'n vliegtuig dat geraakt was door het Duitse geschut, brandend naar beneden. Hoewel de jagers goed hun best deden om het Duitse geschut uit te schakelen, bleek dit toch zodanig verdekt opgesteld te staan, dat het moeilijk te vinden was. Het was 'n machtig schouwspel om al die parachutisten aan hun groen gecamoufleerde parachutes naar beneden te zien komen met daartussen ook rode, gele, witte en blauwe parachutes, dat wij dachten aan 'n feest. Wisten wij veel dat deze kleuren waren voor het onderscheid tussen de voedsel-, munitie- en wapenpakketten. Wij waren zo bleek later, getuigen van de grootste luchtlandingen uit de geschiedenis. Dit was zo'n indrukwekkend gezicht dat dit door mij en allen die het gezien hebben, nooit vergeten zal worden. Het was ontzettend spannend, de bevrijding stond voor de deur, maar hoe en wat er ging gebeuren dat wisten we niet. Na 'n tijd werd het even rustig richting Son; er werd nog wel geschoten maar veel minder Later in de middag besloten Martien koks (die toen werkte en ondergedoken was bij Harrie Renders) een van onze buren in Acht, en ik te voet naar huis te gaan via Esp en Aanschot. We hebben toen voordat we de weg Son-Eindhoven overstaken, ons nog even schuil gehouden achter het huis van Piet Steenbakkers, die aan die weg het cafeetje “Tramhalte Bokt” had. Er kwamen n.l. veel Duitse wagens met grote haast vanaf Son richting Eindhoven gereden. Onderweg naar Acht hoorden we in Son steeds meer schieten dat steeds dichterbij kwam en ook harde knallen, wellicht de Sonse draaibrug die rond 16.00 uur op die zondag de lucht in ging. Thuis gekomen bleek dat mijn vader, moeder en mijn broers en zussen en enkele buren bij en op onze veldschuur, waar men 'n goed uitzicht had, naar de luchtlandingen gekeken hadden. Ook hoe Amerikaanse jagers op het Duitse luchtafweer doken en uitschakelden. Ook zij waren zeer onder de indruk van dit machtige schouwspel wat ze hadden gezien. Enkele buren, o.a. Harry Renders, maakten van deze gelegenheid gebruik om dingen te doen die tot dan toe verboden waren, zoals 'n varken slachten. Er waren ook buren die het te gevaarlijk hadden gevonden en die al die tijd in de schuilkelder hadden gezeten en van heel het gebeuren niets hadden gezien. Velen met ons hebben na deze spannende dag slecht of nauwelijks geslapen.
MAANDAG 18 SEPTEMBER 1944: Omdat we niet wisten hoe de toestand in Son en omgeving was, bleef ik die morgen thuis en ben toen niet naar Nederwetten terug gegaan. Ik ben met enkele van mijn broers in onze boomgaard appels gaan plukken. We hoorden in de richting van Vlokhoven schieten en dat ging steeds verder richting Woensel. Rond 12 uur zagen we, omdat we boven in de appelbomen zaten, 'n soort pantserwagen aankomen via de Mensfoortweq (Rijkanten) die 'n eindje van ons af bij Bernard Swinkels stopte (thans bij kruising Oude Bosschebaan-Cahorslaan). Wij zijn daar snel naar toe gegaan; het bleken Engelsen te zijn die via hun boordradio aan het praten waren Op de pantserwagen lag 'n fel geelgroene driehoekige doek als herkenning om niet door eigen vuur beschoten te worden; van de Luftwaffe behoefde ze niet veel te vrezen dacht ik, want die hadden we de laatste tijd niet meer gezien.
OORLOG, blad 4
Na de middag kwam neef Harrie Koks met de fiets van Son met het heugelijke nieuws dat de Amerikanen, Son hadden bevrijd. Hij had Amerikaanse sigaretten bij zich die zo lekker waren dat je er bijna dol van werd als je er een opstak. Ik heb me toen snel omgekleed on met de fiets naar Son te gaan en vandaar zou ik als het veilig zou zijn, doorgaan naar ome Bernard in Nederwetten. Bij het pakhuis van de Boerenbond (dat lag aan de zuidkant van het kanaal dicht draaibrug) kwam ik de eerste Amerikanen tegen, twee parachutisten die vergeleken Duitse soldaten, modern gekleed waren, dubbele helm op en 'n Amerikaans vlaggetje "Airborn" embleem op hun mouw. In hun uniform overal zakken die gevuld waren met eten (noodrantsoenen), chocolade en sigaretten en behangen met munitie en handgranaten, 'n dolk in hun parachutistenschoenen; van top tot teen bewapend. Voor zover je bij soldaten kunt spreken van "vaklui" dan waren deze dit wel vond ik. Vriendelijk en zelfverzekerd. Zeker ze hadden onze sympathie omdat ze als bevrijders gekomen waren, die letterlijk en figuurlijk uit de lucht waren gevallen, maar toch geen opzichtige rangonderscheidingstekens droegen, zoals bij Duitse officieren te zien en vooral ook lieten merken dat zij de baas waren; heel anders nu, dan die paniekerige snauwerige Duitsers die we vooral de laatste tijd hadden gezien. Een van de para's liet me 'n gestencild papier zien waarin in het Engels en Nederlands , o.a.de volgende vragen stonden: Wanneer heb je de laatste Duitsers gezien? Vorige week/ gisteren/vandaag? In welke richting zijn ze vertrokken? Met hoe velen waren ze? Hadden ze tanks bij zich? Toen ik die vragen met no/nee beantwoordde, waren ze blij. Wij wisten toen nog niet dat ze daar 's anderdaags flink mee te maken zouden krijgen. Ik kreeg van hen sigaretten en 'n stukje chocolade. Bij de opgeblazen draaiburg waren Amerikanen bezig op 'n vlot gemaakt van olievaten en balken, 'n jeep over het kanaal te zetten. Deze jeeps waren op zich al 'n bezienswaardigheid. Kleine open auto's, simpel van uitvoering, snel en sterk, soms met 'n kap van groen zeildoek en op sommigen ervan zat 'n mitrailleur gebouwd. Vanuit de richting Eindhoven kwamen onder leiding van 'n paar Amerikanen 'n tiental Duitse krijgsgevangenen aangemarcheerd. Door de omstanders werden deze uitgejouwd met "Rotmoffen, fietsendieven" en sommige gooiden met brokstukken van de brug naar deze Duitsers. De Amerikanen die ook correct waren tegenover hun gevangenen, schoten hierop in de lucht. De aanleiding tot deze incidenten was volgens omstanders omdat 'n fanatieke Duitser achterin de groep snauwerig had geroepen 'wir komen zuruck’. Tegen de avond kwamen de eerste Engelse pantserwagens en tanks in Son aan, maar konden niet over het kanaal vanwege de gesprongen brug. Een onafzienbare rij van allerlei legervoertuigen stond langs de kant van de Eindhovense weg. Ik ben toen met de fiets over de Zuidelijke kanaaldijk naar Nederwetten gereden. De familie de Brouwer had op 'n afstand de luchtlandingen gezien en ik vertelde heel enthousiast dat ik de Amerikaanse parachutisten had gezien en de Engelse bij Son had zien aankomen en dat daar de vlaggen uithingen en iedereen er in 'n bevrijdingsroes was. De kinderen van ome Bernard en tante Bet wilden na mijn verhaal ook zo gauw mogelijk naar de bevrijders gaan kijken, maar ome Bernard zei "Oorlog is geen kijkspel". De andere dag konden ze echter de verleiding niet weerstaan en zijn ze met wat buren ook naar de Engelse doortocht in Son gaan kijken. Het was weer 'n spannende dag geweest, waarop we waren bevrijd en 'n geweldig gevoel gaf. Waarschijnlijk hebben er die nacht weer velen niet of onrustig geslapen.
DINSDAG 19 SEPTEMBER 1944: Na 's morgens eerst de koeien gemolken en wat gewerkt te hebben en koffie (surrogaat) gedronken, wilde ik net als vele anderen naar Son naar de "bevrijding" gaan kijken. Van werken komt nu toch niets zei ome Bernard, dus kon ik gaan. "Ga als ge kunt in Rooi kijken (hij bedoelde naar zijn boerderij in de Schijndelse Hei) hoe het er daar bij staat" In Son hadden Engelse geniesoldaten in de afgelopen nachts een Bailey-noodbrug over het kanaal gebouwd. Een knappe constructie die het zware militaire materieel goed kon dragen. Allerlei voertuigen trokken nu over deze brug zoals vrachtwagens vol Engelse soldaten die met twee vingers het V=teken (Victoria) maakten, tanks en jeeps. Op de tanks en vrachtwagens stonden vaak allerlei teksten met krijt geschreven zoals: Groeten uit Valkenswaard ,Alles O.K., To Berlin, Thank you, enz.
OORLOG, blad 5
Langs de kanaaldijk lagen enkele gesneuvelde Duitsers en in Son tegenover het sanatorium, thans "ZONHOVE“ waren Duitse krijgsgevangenen onder toezicht van enkele Amerikanen bezig lijken op 'n legervrachtwagen te laden; het waren zowel gesneuvelde Duitsers als Amerikanen; 'n zéér luguber gezicht. Er was in de bossen achter het Sanatorium hard gevochten en sommige gesneuvelden hadden hierbij vreselijke verwondingen opgelopen. Vlakbij op Esp, thans in de buurt van de huidige volkstuinen "Bliksembosch", was 'n Dakota (transportvliegtuig) brandend neergestort en daarbij lagen enkele verbrande lijken. Op zo'n plaats werd je met je neus op de feiten gedrukt dat oorlog verschrikkelijk was. Deze jongens waren van ver gekomen, en hier voor onze bevrijding gesneuveld!
In Son zag men hossende en met allerlei vlaggetjes (waar kwamen ze vandaan?) zwaaiende mensen, uitgelaten van vreugde, naar de doortrekkende Engelse troepen kijken. Op mijn fiets had ik 'n grote oranje strik gebonden. Verderop tegenover de "sonse bergen" en café "De 0ssekop”, in Son zaten op 'n voetbalveldje wel honderd Duitse krijgsgevangenen, voor hen was de "Krieg" voorbij; foto 155 blz.94 * 5 's Middags waren er weer luchtlandingen geweest, in hoofdzaak "zwevers", zoals wij de Waco-zweefvliegtuigen noemden. De gelande parachutisten verzamelden zich langs de weg aan de bosrand van de "Sonse bergen” (tussen café "De Ossekop" en 't kruispunt Gentiaan-Breugel). Ze waren bezig de met parachutes neergelaten voedselpakketten uit te pakken en soms zaten hierbij doosjes met 4 â 5 sigaretten die ze aan burgers uitdeelde. Ook stukjes chocolade en kauwgom kwamen af en toe hierbij te voorschijn, wat ze dan bij zich staken in de vele uniformzakken of weg gaven. Ik had on deze manier al verschillende pakjes "Camel" sigaretten gekregen en enkele apart smakende koekjes. Verderop richting Sonse hei, waren 2 Engelse tanks bezig elkaar uit 'n diepe sloot te trekken. Ik ben toen verderop richting Rooi gefietst, om naar de boerderij van ome Bernard in de Schijndelse Heide te gaan kijken, maar werd iets voorbij de "Vense hoeve" (links v.d. weg Son-Nijnsel) door 2 PAN (Partizanen Afdeling Nederland) en 'n enkele Amerikaan, tegengehouden; het zou verderop te gevaarlijk zijn. Richting Best werd wel flink geschoten en zou het op het landingsterrein ook niet veilig zijn, en ook bij Schijndel zou ook nog gevochten worden. Toen ik terug fietste naar Son kreeg ik daar te horen dat de Duitsers in aantocht waren. De straten waren er nu bijna leeg en men was de vlaggen aan het binnenhalen. Aan alles was te merken dat men angst had en daarom wilde ik zo gauw mogelijk naar huis. Enkele mensen vertelden me ook dat je beslist niet meer over de Baileybrug mocht, en daarom besloot ik om via Breugel naar Nederwetten te gaan; bij de op 13 september door de Duitsers opgeblazen 'Hooydonkse” ophaalbrug (zie foto 156 blz.9S). *7 zette n.l. de brugwachter de mensen nog over met 'n bootje. Zover kwam ik echter niet, want net over de Dommelbrug naar Breugel, werd er vanaf de kanaaldijk hevig geschoten en hoorde ik de granaten fluiten en ontploffen in Son en het knetterde ook van alle kanten. Ik liet me van m'n fiets vallen en dook in 'n éénmansputje kort bij de Dommelbrug. Daarbij had ik wel de pech dat iemand het knipafval van z'n heg er in had gegooid, zodat het hooguit 80 cm diep was en aan de wegkant was alleen maar 'n ondiepe greppel die mij nauwelijks bescherming bood. Ik zat tegenover 'n open veld aan de Veerstraat in Breugel op zo'n hooguit 500 m afstand van de kanaaldijk en kon van daaruit de Duitsers met tanks richting Baileybrug zien gaan. Er werd hevig geschoten en even later 'n flinke knal, gevolgd door geschreeuw toen er 'n Duitse tank geraakt werd; dit kon ik niet zien, maar aan alles was te merken dat het raak was geweest, want hierna werd het even stil. Ook enkele boerderijen op "Den Driekoek" (kort bij de brug en ten Z.O. van het kanaal) waren in brand geschoten. Omdat ik niet kon zien of de Duitsers ook aan de noordzijde van het kanaal zaten, heb ik hem vooral geknepen voor de grote oranjestrik op mijn fiets (fiets lag kort bij het schuttersputje op de weg) als de Duitsers die zouden zien. Het was voor mij in dat ondiepe eenmansputje erg ongemakkelijk omdat ik helemaal ineengedoken mijn hoofd maar amper onder de rand van dat putje kon houden. Toen dan het vuren iets minder was, ben ik snel het huis van veehandelaar Fried Sanders (nu Veerstraat 50) binnengevlucht, waar het hele gezin plat in de gang lag met enkele huilende kinderen, die moeder Sanders tevergeefs probeerde stil te houden. Het was daar dan ook alles behalve gezellig, dat ik zei: “Bid maar" in de hoop dat het huilen en ook het schieten zou ophouden. Maar dat was niet het geval en Fried Sanders zei “Wij moeten hier weg". Bij buurman Megens (nu Veerstraat. 49) hadden ze in de boomgaard n.l. 'n grote schuilkelder en daar gingen, toen het even rustiger werd, zijn vrouw en kinderen heen.
OORLOG, blad 6
Fried wilde nog even iets pakken uit het huis en dan ook naar de schuilkelder gaan. Op het moment dat Fried en ik het open veld overstaken, begonnen ze bij het kanaal weer flink te schieten en doken we achter 'n schuurtje, en waren toen getuigen van de oranje lichtkogels die boven Eindhoven werden uitgegooid, gevolgd door 'n Duitse luchtaanval, wat we op dat moment niet wisten, waar, wat en door wie dit werd gedaan. Toen het schieten even iets minder werd, het was toen vrijwel donker, zijn we naar de schuilkelder gegaan waar we met zo'n 15 mensen bijeen waren, n.l. de gezinnen Megens en Sanders en nog enkele anderen. Omdat ik "gast" was, zat ik bij de uitgang en had hiermee niet de veiligste plaats. De schuilkelder was 'n diep uitgegraven gat met daarover 'n zoldering van stevige balken en planken welke waren afgedekt met de uitgegraven grond. Van wat planken had men de zitbankjes gemaakt. Inmiddels was het schieten van vlakbij, vríjwel opgehouden, Ik had vooral dorst, mede door het roken van de vele Amerikaanse sigaretten. Iemand stelde voor om wat appels te rapen in de boomgaard. Ik ben toen met 'n zoon van Megens in het donker door de boomgaard gekropen en heb op de tast wat appels vergaard. Ik zag hierbij 'n tak die zo zwaar met appels beladen was, dat deze op de grond hing en schudde hiermee flink waarbij er 'n stel roffelend op de grond vielen. Hierop werd er meteen van vlakbij met 'n machinegeweer geschoten. We schrokken hier ontzettend van en ik heb zelfs nog geprobeerd met m'n handen 'n gat in de grond te maken om dekking te hebben. Door wie er geschoten was weet ik nu nog niet, maar het was 'n angstig gebeuren. Volgens het verhaal van Tiny Berkelmans op blz.58 van het boek SON EN BREUGEL VRIJ 1994 was het waarschijnlijk 'n Duitse patrouille die met rubberbootjes over de Dommel via de duiker onder het kanaal door, aan de Sonse kant was gekomen. Het schieten hield even plotseling op als dat het was begonnen en toen het rustig bleef ben ik op mijn buik achteruit naar de schuilkelder gekropen met zoveel appels als ik kon omarmen. Het had me teveel schrik en moeite gekost om die achter te laten. Iedereen in de schuilkelder zat nadien appels te eten en het geluid hiervan is me nog lang bijgebleven.
WOENSDAG 20 SEPTEMBER 1944: Toen ik 's morgens uit de schuilkelder kwam heb ik mijn fiets van de straat opgeraapt en ben naar Fried Sanders gegaan. Daar kreeg ik 'n paar boterhammen met wat melk met de bedoeling om daarna naar huis te gaan. Terwijl we aan het eten waren kwam de vrouw van Johan Sanders huilend binnen met de mededeling dat Johan de afgelopen nacht niet was thuis gekomen; "Ik ben bang dat hij is doodgeschoten"; Johan Sanders was huisslachter en woonde precies tegenover zijn broer Fried en had daar ook 'n kleine slagerswinkel. Johan was 's avonds bij een van de boeren in de “Heerendonken" 'n afgelegen buurtschap van Nederwetten, varkens gaan slachten, want verschillende boeren hadden n.l. de chaos rond de bevrijding aangegrepen om clandestien te slachten. " We zullen hem gaan zoeken" zei Fried. Ik pakte m'n fiets om ook mee te gaan en we waren nog maar net richting Breugel toen we Johan te voet zagen aankomen. Na dit blijde weerzien, gingen we verder met ons brood op te eten. Plotseling werd er weer flink geschoten en doken we weer plat de gang in. Toen we er ’n tijdje lagen, werd er op de voordeur gebonsd; 'n angstig ogenblik want we wisten niet of dit door Duitsers of Amerikanen gebeurde. Gelukkig was het 'n Amerikaanse parachutist die ons gebaarde dat we moesten blijven liggen, zelf bleef hij in het portiek staan. Even later wenkte hij dat we gebogen de straat moesten oversteken en bij Johan Sanders in de schuilkelder moesten gaan. Geen erg comfortabele schuilplaats, waarin de groten alleen gehurkt in konden. De zoldering was van balken en takkenbossen (mutserds) en daarover zand. Achter de verhoging van de schuilkelder lag 'n Amerikaan met 'n machinegeweer die 'n keer 'n vuurstoot had gegeven, waardoor je het zand van het schuilkelderdek in je nek kreeg. Waarom en in welke richting hij had geschoten weet ik niet. Voor de schuilkelder zat 'n andere Amerikaan met 'n machinepistool en 'n verrekijker tegen 'n musterdmijt. Omdat ik (weer) vooraan in de schuilkelder zat, zag ik ook dat er tussen het huis en 't schuurtje enkele andere Amerikanen, mortiergranaten afschoten; zij stonden vlakbij het huis op 'n lager gelegen veldje langs de Dommel. Toen we nog maar net in de schuilkelder waren, kwam er 'n Amerikaanse parachutist naar boven wijzend, zeggen “Baby bèh, bèh”, even later gevolgd door 'n andere, terwijl het vuren doorging, met de baby in 'n deken gewikkeld, in de schuilkelder brengen; door de consternatie en paniek bij het dekking zoeken van de familie, had deze kennelijk 'n moment dit kind, wat boven in huis lag, vergeten. Uit alles bleek dat het die morgen voor ons enorm had gespannen, want vooral ’n moeder vergeet haar kind ik zou zeggen nooit! wat me vooral opviel was de kalmte en de rustige manier van handelen van deze Amerikaanse soldaten, alsof dit hun dagelijks werk was. Vrijwel zonder pauze vuurden ze mortiergranaten af en gooiden zo af en toe 'n stukje chocolade in onze schuilkelder. Johan Sanders zei op z'n Brabants tegen hen: "Daar sta wa brood, spek en worst in de kelder, vat gerust maar wa".
OORLOG, blad 7
Achteraf bleek dat de Amerikanen zijn Brabants goed hadden verstaan, want er was niet veel meer over. Voor de Amerikanen was dit natuurlijk 'n welkome aanvulling op hun ingeblikte voedsel van de laatste dagen Na de middag werd het schieten aanmerkelijk minder, in ieder geval niet meer zo dichtbij We kropen toen uit de schuilkelder en ik wilde naar huis, want ik had mijn "portie frontlinie" wel gehad. Omdat er in de richting Nederwetten-Nuenen flink werd geschoten, besloot ik te proberen om naar Acht te gaan. Toen ik door Son fietste was het daar opvallend rustig, er waren nauwelijks burgers op straat, hier en daar stonden Engelsen en Amerikanen verdekt achter de huizen en het Engelse leger was weer aan het doortrekken, maar niet zo massaal als eerst, kennelijk stokte ergens de opmars nog. Bij de Baileybrug lag onder tegen de kanaaldijk 'n uitgebrand Engels legervoertuig. Even voorbij het Boerenbondpakhuis stond 'n Engels kanon en de bemanning hiervan hield mij aan en beduidde dat ik mijn colbertjasje uit moest doen. Kennelijk omdat de grijze kleur ervan op het Duitse soldatenuniform leek. Het was mooi weer dus fietste ik in mijn inmiddels "donkerwit" overhemd met de jas over het stuur naar huis. Bij mijn thuis hadden ze zich over mij niet erg ongerust gemaakt omdat ze in de veronderstelling waren dat ik bij ome Bernard in Nederwetten was en ook niet wisten wat zich daar had afgespeeld. Na mijn belevenissen verteld en wat gegeten te hebben, kregen we Engelse soldaten ingekwartierd die die dag uit Leopoldburg in België gekomen waren. Ze sliepen bij ons op de stal en in de schuur. Na 12 uur 's nachts kwamen (volgens Martien Koks) tante Miet, Mariet, An en Miet naar ons; ome Tinus was met de jongens op Bokt achtergebleven. Hun boerderij was daar woensdagmorgen tegen 11 uur in brand geschoten en behalve de paardenstal en wat kippenhokken, was daar niet veel meer van over; in de kippenhokken hebben ze nadien nog lang gewoond. Omdat we de toestand in Nederwetten niet kenden (we waren toen verstoken van iedere berichtgeving via radio of krant) ben ik 's anderdaags nog thuisgebleven. Hoe de toestand in de omgeving was, kon je globaal afleiden aan het schieten van tanks en kanonnen, of van hetgeen de mensen aan elkaar doorgaven.
VRIJDAG 22 SEPTEMBER 1944: 's Morgens ben ik naar Nederwetten gefietst, weer over de zuidelijke kanaaldijk, omdat de Hooydonkse brug kapot was; normaal ging je vanuit Eindhoven komend via de noordkant van de kanaaldijk over deze brug naar Nederwetten. Enkele honderden meters voorbij de Baileybrug stond de grote vernielde Duitse tank die ik afgelopen dinsdagnamiddag kapot heb horen schieten;*8. 0veral langs de kanaaldijk lagen achtergebleven legeruitrustingsstukken en kapot geschoten legervoertuigen. Van de Duitse legerhelmen die er ook overal lagen, werden er later veel gebruikt door de boeren als voer- of meelschepper; 'n Duitse legerkoppel heb ik toen meegenomen (op de gesp hiervan staat 'n hakenkruis en de tekst "Gott mit uns"). Wat vooral opviel waren de lege flesjes "snaps" die de Duitse soldaten hadden achtergelaten, terwijl er in de sloten waar de Amerikanen hadden gezeten, vooral veel lege voedselverpakking lag. Langs de weg van Breugel naar Nederwetten woonde rechts op zo'n 2 'a 300 m van de Hooydonkse brug, de eenzame woonwagenbewoner Piet Sijkens *9 die met het ophalen van oud ijzer probeerde aan zijn (schrale) kost te komen. Vlakbij zijn krakkemikkige, nu kapotgeschoten onderkomen, stond 'n uitgebrande Duitse tank van zo'n 50 ton en ik denk dat Piet in z'n hele leven nog nooit zoveel oud ijzer bij zijn "huis" heeft gehad. Een eindje verder, op zo'n 500 m vanaf de brug lag op ca. 50 m links van de weg in het veld 'n "zwever“ (glider) die daar 'n noodlanding had gemaakt en helemaal leeg was op 'n zwemvest na, dat op de piloten zitplaats lag. Zo'n glider was gemaakt van 'n buizenframe met daarover zeildoek gespannen, 'n lichte houten vloer, de bestuurskoepel was van plexiglas; grote vleugels en ruim van binnen, maar het bood geen enkele bescherming tegen granaten en kogels en het moet daarom wel akelig benauwd geweest zijn om daarin boven schietende Duitsers te vliegen.
OORLOG, blad 8 "BEVRIJDING"
Verderop omgewoelde akkers en weilanden, waar veel tanks bezig waren geweest en omgereden bomen en afgeschoten takken versperden soms de weg. In Nederwetten stond naast 'n afgebrande boerderij 'n kapotgeschoten Duitse tank *10 en verder richting Soeterbeek weer 'n uitgebrande boerderij en iets verder in 'n weiland weer 'n Duitse tank. Aan de sporen was alom te zien dat hier zwaar gevochten was en overal lagen er weer allerlei legeruitrustingsstukken, met soms hier tussenin 'n Duits oorlogsgraf, gemarkeerd met 'n eenvoudig kruis en 'n helm; ome Bernard de Brouwer heeft zich nog boos gemaakt toen hij later, naar de kerk gaand 'ns constateerde dat iemand bij zo'n graf in de Hoekstraat het kruis had vervangen door 'n koolstronk. Langs de Broekdijk lag 'n vreemd Duits voertuig, met het voorstuk 'n motorrijwiel en op de plaats van het achterwiel 'n bak waaronder 2 rupsbanden. *11 Bij ome Bernard en tante Beth was geen grote schade, maar er was wel 'n grote rotzooi en uit de kelder waren veel etenswaren, vooral de inhoud van weckflessen, door de Duitsers opgegeten. De Duitsers hadden op de stal 'n noodhospitaal gehad waar ze hun gewonden verzorgd hadden. De familie de Brouwer had midden tussen de tankslag en het oorlogsgeweld gezeten en de meeste tijd in de schuilkelder gezeten. Toen iedereen zijn angstige ervaringen had verteld gingen we weer aan het werk want er was veel op te ruimen. Op de stal had ik normaal mijn werkkleren hangen, maar die bleken weg te zijn toen ik deze wilde pakken. Wel hing er nu 'n Duitse soldatentrui. Toen we verder keken, bleek ook 'n manchesterse broek van ome Bernard weg te zijn. Waarschijnlijk zijn deze kleren meegenomen door 'n Duitse soldaat, om hierin te kunnen deserteren. M'n oude jas vond ik niet zo erg, maar daarin zat 'n wasdoek portefeuille waarin o.a. 'n pasfoto van de Amerikaanse piloot die op 31 januari 1944 bij ons in het veld op Acht was neergekomen; op de achterkant stond zijn naam en adres en ik vond het heel erg dat ik die foto kwijt was. Ook zat er 'n bankbiljet van f.2,50 in wat toen voor mij 'n heel kapitaal was en dat ik bij me had in geval van nood. Voor de oorlog had ome Bernard, die toen in dienst was in Heumen (bij Nijmegen) 'n lichte motor gekocht, ik dacht 125 cc, om wanneer hij verlof had er mee naar huis te kunnen. In de oorlog had hij deze motor uit elkaar gehaald en in kisten in de schuur van Karel de Brouwer begraven. We zijn die toen gaan opgraven en hij heeft hem weer in elkaar gezet. Waar die motor nadien is gebleven is weet ik niet meer. Het duurde nog tot eind oktober 1944 eer we naar de boerderij in de Schijndelse Heide konden. De boerderijen daar waren, evenals die van ome Bernard, op 'n enkele na, kapotgeschoten. Ook de Damianenstichting was zwaar beschadigd. Dit gebied was verschillende keren van "bezetter" gewisseld en er was zwaar gevochten. Overal lag er munitie, wapens tot zelfs achtergelaten Duitse kanonnen. Inmiddels had ome Bernard zijn paard, dat we begin september in Rooi hadden achtergelaten, bij 'n boer in Son teruggevonden en kon ik weer aan het werk. we zijn in het late najaar, het vroor 's nachts soms al, met veel familieleden aardappels gaan rooien. Ook hier lag veel munitie, granaten en geweerkogels. Om ons af en toe te warmen staakte we het aardappelloof op en sommige gooiden dan daar geweerkogels in die dan ontploften. Gevaarlijk en dom en er gebeurden in die tijd dan ook veel ongelukken door het oprapen en spelen met die munitie. Op het land had ook 'n grote ronde havermijt gestaan die afgebrand was. Het was de eerste ronde mijt die ik, weliswaar op aanwijzingen van ome Bernard, gemaakt had. Hij kon dit toen zelf niet vanwege 'n ontstoken hand waar hij lang mee gesukkeld heeft. Het was ’n stukje "vakwerk" geworden al zeg ik het zelf. Er moest 'n stuk land worden omgeploegd en de munitie die ik hierbij vond legde ik dan voorzichtig aan de kant. Na 'n dag geploegd te hebben reed ik naar huis. Ome Bernard ging nog even naar de Familie van de Bosch, waar we nu het paard stalden, omdat de boerderij van Hellings was afgebrand. De familie Hellings was geëvacueerd in de buurtschap Hermalen bij Schijndel. Intussen had Bertus Hellings met paard en kar, 'n varken opgehaald wat nog rond hun afgebrande boerderij liep. Ik was ter hoogte van de Damianenstichting toen ik 'n knal hoorde. Ik besteedde daar toen geen aandacht aan omdat er toen wel 'ns meer 'n achtergebleven granaat ontplofte of loslopend vee op 'n landmijn liep. Toen ome Bernard later op de avond thuis kwam in Nederwetten, vertelde hij dat Bertus Hellings met paard en kar op 'n mijn was gereden en hierbij gedood was. Ik was daar erg van ontdaan. Ik was bij de familie Hellings in de kost geweest toen ik voor ome Bernard, voor de luchtlandíngen, op zijn boerderij in de Schijndelse heide had gewerkt en er o.a. met Bertus en nog 4 andere broers van hem, bij hun toen op de zolder had geslapen Toen ik daar weer ging ploegen, kneep ik hem wel. Ik had de leidsels van het paard zo lang gemaakt dat ik 'n tiental meters achter paard en ploeg liep, omdat ik dacht dat dit veiliger was; een landmijn ontploft meestal recht omhoog. In de loop van de dag kwam ome Bernard kijken en zei "wat ben je nu aan het doen". Ik zei dat ik bang was voor mijnen en liever had dat het paard het eerst op 'n mijn trapte dan ik. Hij zei dat je in het land voor mijnen niet bang hoefde te zijn en dat deze wel kunnen liggen in weggetjes of bij bruggetjes, in ieder geval daar waar men er zeker van is dat daar soldaten en voertuigen komen. Toen de winter begon was het werken voor mij in Rooi afgelopen. Hoewel Eindhoven en omgeving was bevrijd van de Duitse bezetting, was er in de winter van 1944-1945 nog veel voedseltekort. In de omgeving van Eindhoven werd nog gevochten Best en Boxtel zijn pas weken later bevrijd en in sommige delen van Noord-Brabant is nog maanden zwaar gevochten. Op Nieuwjaardag 1945 moesten we nog 1 keer in de schuilkelder omdat de "Luftwaffe" 'n laatste "wanhoop aanval" deed op het vliegveld "Welschap" waarbij toen veel Engelse vliegtuigen in brand zijn geschoten. *12 Behalve dat de aanvoer van voedsel stokte, moesten hierbij ook veel evacués aan eten geholpen worden. Wel kon het voedseltekort enigszins worden aangevuld met voedsel van het Engelse leger, zoals biscuit, corned beef, wit brood en busjes melk; in de zeer gewilde Engelse sigaretten ontstond al vlug 'n zéér levendige handel. Maar de hoofdzaak was: We waren bevrijd van de Duitse bezetter. De ongemakken die we nu nog hadden, namen we voor lief. Iemand die dit niet heeft meegemaakt zal maar moeilijk en misschien wel nooit kunnen begrijpen wat de BEVRIJDING voor ons heeft betekend.
J.P. van Eerd F.D. Rooseveltlaan 84 5625 PC Eindhoven telef.O40-417271
Blad 9
- Dit verhaal is geschreven door Johan van Eerd als persoonlijke ervaringen.
Het is door Adriaan Verdonk (A.V.) overgenomen op diskette. De dagtekening die ontbreekt, wordt door A.V. veronderstelt in '93-'94. Op 2-6-1995 zijn Johan en A.V. per fiets door het gebied geweest waarin zich het bovenstaande zich afgespeeld heeft. Dit heeft geleid tot enkele aanvullingen en aanpassingen die in de tekst zijn verwerkt.
2. A.V. denkt hierbij aan het angstwekkende gehuil die neerstortende vliegtuigen vaak maakten, zoals de "Halifax" die op 23-6-1943 midden op Acht in brokstukken neerkwam en waarbij 7 bemanningsleden de dood vonden.
3. A.V. zag de Engelse vliegtuigen toen voor het eerst van zeer nabij en laag vliegend dat ze zelfs voor de eikenbomen langs de Boschdijk in Acht omhoog moesten.
- Deze aanval was tegen de avondschemering en gaf ook verschillende burgerdoden
5. Het vliegveld is vooral in 1944 gebombardeerd en zijn hierbij burgers omgekomen of gewond geraakt.
- Het betreft hier de zware munitie-ontploffingen door de Duitsers na "Dolle Dinsdag" veronderstelt A.V.
- Het betreft hier het boek "Operatie Market Garden, September 1944" van Karel Margry met als zwaartepunt "De bevrijding van Eindhoven" en heeft hieruit verschillende foto's hieruit onderstaand aangehaald. A.V. wil ook wijzen op het boek "Oud Nuenen achteraf bekeken" van J.C. Jegerinqs. waarin ook diverse foto's uit de strijd van de septemberdagen 1944 staan.
- Zie het boek van Margry: Blz.100 foto 161.
- Idem:blz.109 foto 175; de kapotgeschoten tank is hierop ook zichtbaar.
- Idem:blz.110 foto 177 waarop de kapotgeschoten Duitse tank in Nederwetten.
- Zo'n voertuig is te zien in het museum "Bevrijdende vleugels" in Veghel (Best).
- Deze luchtaanval op "Welschap“ had te maken met het Ardennenoffensief.
Eindhoven 4 juni 1995 A.V. Het op diskette overgenomen verhaal is door Johan van Eerd gecontroleerd en op 12-6-'95 terug gebracht met enkele correcties die nu in het bovenstaande zijn verwerkt. Verder heeft Johan ’n plattegrond toegevoegd van Son, Breugel met daarom markante plaatsen zoals deze in het verhaal voorkomen. Eindhoven,13 juni 1995 A.V.





